03MOL

masterplan voor het omgaan met ruimte in de 'molen' Heverlee; Leuven, 2003


opdrachtgever: Universiteit Leuven

ontwerpers: Karel Vandenhende, Hans Verplancke

De 'molen' is in feite een aaneenschakeling van 3 gebouwen, elk met een onafhankelijke toegang.  De gebouwen werden destijds bedacht als aparte gebouwen, weliswaar tegen elkaar gebouwd, maar elk via hun eigen verticale circulatie en via hun eigen buitendeuren toegankelijk.  De verbinding tussen de diverse gebouwen gebeurt over de semi-omsloten binnenplaats.


Op een eental plaatsen is de huidige ciruculatie erg ruimteverslindend.  Meer bepaald in de oksel van het grootste gebouw, werd de ruimte verkaveld en wordt momenteel soms tot 50% van de beschikbare oppervlakte gebruikt als circulatie.  De interne circulatiegangen vormen een conflict met de oorspronkelijke structuur van de gebouwen, met elk  hun eigen verticale circulatie en hun eigen buitendeuren.


Ter plaatse van tegenover elkaar gelegen toegangen wordt in elk gebouwdeel een functionele kern voorzien met trappen, eventueel lift, sanitair en eventueel technische ruimten?

De functionele kernen ontsluiten aanliggende kleinere ruimten (kamers) en grotere ruimten (lofts).  In die laatste worden alle niet-dragende wanden weggebroken.


Op die manier worden circulatieruimten tot een minimum beperkt; en toch zijn alle ruimten perfect ontsloten.


Omwille van hun afmetingen komen de kamers in aanmerking voor kantoren van kantoren van zelfstandig academisch personeel; en voor vergaderruimten;

De lofts hebben goed bruikbare afmetingen voor ruimten van onderzoekers, voor atelierrumten of seminarielokalen.